Gratis verzending v.a. € 200,- anders € 6,95
Beoordeeld met een 8.9 uit 2690 beoordelingen

BHV verplicht? Dit zegt de wet echt over het aantal BHV'ers

BHV-coördinator kijkt uit over het bedrijfsterrein met een verbandkoffer

Moet uw organisatie verplicht een BHV'er hebben, en zo ja: hoeveel? Dit artikel is voor iedereen die BHV op de eigen werkvloer regelt, meestal erbij, niet als vak. We leggen uit wat de Arbowet daadwerkelijk voorschrijft, welke veelgehoorde regel al jaren niet meer bestaat, en hoe u zelf tot het juiste aantal BHV'ers komt.

Kort gezegd: bedrijfshulpverlening is wettelijk verplicht voor elke werkgever, maar een vast aantal BHV'ers per medewerker staat al sinds 2007 niet meer in de wet. Het juiste aantal volgt uit uw risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), niet uit een vuistregel.

De Arbowet verplicht BHV, maar geen vast aantal BHV'ers

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is helder over de hoofdverplichting: elke werkgever moet bedrijfshulpverlening organiseren, ongeacht de grootte van de organisatie. Dat staat in artikel 15 van de Arbowet. Wat er niet in staat, is een vast getal.

Veel websites en zelfs sommige opleiders noemen nog altijd "1 BHV'er per 50 medewerkers" en een "responstijd van 3 minuten" als harde norm. Die regel is in 2007 uit de wet geschrapt (bron: wetten.overheid.nl, Arbowet). Sindsdien geldt: het aantal BHV'ers, hun opleiding en de benodigde middelen moeten passend zijn bij de risico's van uw organisatie. Dat betekent dat een kantoor met tien medewerkers een ander plaatje heeft dan een productiehal met dezelfde omvang.

Waarom de mythe van "1 op 50" blijft rondzingen

De vuistregel is hardnekkig omdat hij makkelijk te onthouden is en jarenlang in cursusmateriaal stond. Ook nu nog nemen veel bedrijven hem over, soms uit gewoonte, soms omdat een opleider of arbodienst het zo heeft aangeleerd voordat de regel verviel.

Het gevolg: organisaties denken dat ze aan de wet voldoen zodra ze het rekensommetje hebben gemaakt, terwijl de wet iets anders vraagt. Een kantoor zonder verhoogd risico kan met minder BHV'ers toe, terwijl een organisatie met werken op hoogte, gevaarlijke stoffen of veel bezoekers júist meer nodig heeft dan de oude vuistregel zou voorspellen. Wie afgaat op "1 per 50" kan dus zowel te veel als te weinig regelen.

Zo bepaalt u het juiste aantal BHV'ers via de RI&E

De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is het wettelijke startpunt. Daarin brengt u in kaart welke risico's er op de werkvloer spelen en wat er nodig is om die te beheersen, inclusief BHV. Concreet weegt u mee:

  • Het aantal aanwezige personen, inclusief bezoekers, klanten of leerlingen.
  • De aard van het werk en specifieke risico's (brand, machines, werken op hoogte, gevaarlijke stoffen).
  • De indeling van het gebouw: aantal verdiepingen, vluchtroutes, afstand tot professionele hulpdiensten.
  • Werktijden en ploegendiensten: is er altijd een BHV'er aanwezig, ook 's avonds of in het weekend?
  • Afwezigheid door verlof, ziekte of training: reken op meer BHV'ers dan het minimum, zodat er altijd dekking is.

Een praktische vuistregel die wij zelf hanteren in advies, is dat organisaties vaak uitkomen op ruim boven het aantal dat de oude "1 op 50"-regel zou geven, juist omdat uitval en ploegendiensten meetellen. Maar de RI&E blijft leidend, niet een generieke rekensom.

Ook kleine organisaties ontkomen niet aan BHV

Een veelgehoorde aanname is dat kleine bedrijven zijn vrijgesteld. Dat klopt niet: de Arbowet maakt geen uitzondering voor bedrijfsgrootte. Ook een organisatie met vijf medewerkers moet BHV geregeld hebben, al kan de invulling eenvoudiger zijn dan bij een groot bedrijf met meerdere locaties.

Wel is de eigenaar of directeur bij een kleine organisatie in bepaalde gevallen zelf de BHV'er, mits diegene daadwerkelijk aanwezig, opgeleid en inzetbaar is tijdens werktijd. Ga hier niet vanuit een vast aantal werknemers als grens: ook dit volgt uit de RI&E en de praktijksituatie, niet uit een getal dat her en der rondgaat.

Wat er wél concreet verplicht is rond BHV

Naast het "hoeveel" gelden een paar heldere verplichtingen die overal terugkomen:

  • Opleiding en herhaling. BHV'ers moeten aantoonbaar zijn opgeleid en die kennis actueel houden. Een jaarlijkse herhaling is in de praktijk gangbaar en verstandig, al schrijft de wet geen exacte cyclus in maanden voor: de werkgever moet aantonen dat de vaardigheden op peil blijven.
  • Passende middelen. Denk aan een verbandkoffer, vluchtwegaanduiding en waar relevant blusmiddelen, afgestemd op de risico's uit de RI&E.
  • Organisatie en bereikbaarheid. Er moet altijd, tijdens aanwezigheid van personeel, minstens één opgeleide BHV'er beschikbaar zijn.
  • Vastlegging. De RI&E en het bijbehorende plan van aanpak, inclusief de BHV-organisatie, moeten schriftelijk vastliggen en actueel zijn.

"Wij zien in de praktijk dat bedrijven die uitgaan van de RI&E, in plaats van een verouderde vuistregel, uiteindelijk een BHV-organisatie neerzetten die écht bij hun situatie past: niet te krap, en niet onnodig zwaar."

Het team van BHVtotaal

In cijfers (met bron):

  • 2007: het jaar waarin de vaste norm van 1 BHV'er per 50 werknemers en de 3-minuten-responstijd uit de Arbowet werden geschrapt (bron: wetten.overheid.nl, Arbowet).
  • Artikel 15 Arbowet: de wettelijke basis die elke werkgever verplicht om bedrijfshulpverlening te organiseren, ongeacht bedrijfsgrootte (bron: wetten.overheid.nl).

Een AED is geen wettelijke BHV-plicht, maar wel verstandig

Een veelgestelde vervolgvraag is of een AED verplicht is zodra BHV geregeld is. Dat is niet zo: een AED is in Nederland niet wettelijk verplicht. Wel raden vrijwel alle richtlijnen en de Hartstichting aan om er een beschikbaar te hebben, zeker bij grotere organisaties, veel publiek of verhoogd risico op hartproblemen. Zie dit als een verstandige aanvulling op uw BHV-organisatie, niet als een aparte wettelijke plicht.

Zo brengt u uw BHV-organisatie in kaart

Wilt u nagaan of uw organisatie op orde is? Loop deze stappen langs:

  1. Controleer of er een actuele RI&E ligt, inclusief plan van aanpak.
  2. Bepaal, op basis daarvan, hoeveel BHV'ers nodig zijn en of die dekking bieden tijdens alle werktijden, inclusief verlof en ziekte.
  3. Check of de opleiding van uw BHV'ers actueel is en plan een herhaling in.
  4. Kijk of het verbandmateriaal, de vluchtwegaanduiding en eventuele blusmiddelen nog compleet en niet verlopen zijn.

Veelgestelde vragen

1 Is BHV verplicht bij een klein bedrijf met maar een paar medewerkers?
Ja. De Arbowet maakt geen uitzondering voor bedrijfsgrootte. Ook bij een klein team moet er bedrijfshulpverlening geregeld zijn, al kan de directeur of eigenaar in sommige gevallen zelf als BHV'er optreden, mits opgeleid en aanwezig tijdens werktijd.
2 Klopt het dat je 1 BHV'er per 50 medewerkers moet hebben?
Nee, die norm is in 2007 uit de Arbowet geschrapt. Het benodigde aantal BHV'ers volgt sindsdien uit de RI&E en is dus afhankelijk van de risico's, de aanwezigheid van personen en de organisatie, niet uit een vast getal.
3 Kan een werkgever BHV verplicht stellen aan een werknemer?
Ja, de werkgever wijst BHV'ers aan als onderdeel van een redelijke werkopdracht en een werknemer kan dit in de regel niet zomaar weigeren, al kan bij een zwaarwegende persoonlijke reden altijd overleg plaatsvinden. De werkgever blijft eindverantwoordelijk voor voldoende en passende BHV.
4 Is een AED verplicht als BHV al geregeld is?
Nee, een AED is niet wettelijk verplicht in Nederland. Het wordt wel breed aangeraden als aanvulling op uw BHV-organisatie, zeker bij veel bezoekers of een verhoogd risico.

 

Weet u niet zeker of uw huidige BHV-materiaal nog compleet en up-to-date is? Wij denken graag met u mee en hebben het juiste materiaal snel voor u klaarliggen. Bekijk ons complete BHV-assortiment.